Pompprijs

← Terug naar de blog

Het omgekeerde cliquet: wat is het, en wat zou het aan de pomp opleveren?

Hand die eurobiljetten in de tankopening van een auto steekt

Diesel kost sinds 17 oktober maximaal 2,4440 euro per liter, benzine 95 E10 sinds 21 oktober 2,0020 euro. Bij elke piek klinkt in Brussel dezelfde roep: activeer het omgekeerde cliquet. De MR eist het, Vooruit en Les Engagés steunden het, N-VA zegt nee. Maar wat is dat cliquet eigenlijk, en wat zou het je tankbeurt echt schelen? We leggen het uit zonder partij te kiezen, en rekenen het na met de officiële cijfers.

Eerst de gewone cliquet

De accijns op brandstof is een vast bedrag per liter, geen percentage. Vandaag is dat voor diesel en voor benzine 95 E10 hetzelfde: 0,6002 euro per liter, inclusief de energiebijdrage. Daar komt 21 procent btw bovenop, ook op de accijns zelf.

Het gewone cliquetsysteem werd in 2003 ingevoerd om de accijns op diesel stapsgewijs op te trekken naar het niveau van benzine. Telkens als de maximumprijs daalde, werd de helft van die daling omgezet in extra accijns. De automobilist zag de prijs dus minder zakken dan de markt toeliet, en de staat hield het verschil. Tussen 2004 en 2018 steeg de dieselaccijns op die manier met in totaal 247,6 euro per 1.000 liter.

Dan het omgekeerde cliquet

Het omgekeerde cliquet doet precies het tegenovergestelde. Zodra de maximumprijs boven een afgesproken drempel komt, verlaagt de overheid de accijns, zodat de prijs aan de pomp minder snel stijgt. De staat betaalt dat uit de extra btw die ze op de hogere prijs int.

Het werd voor het eerst gebruikt in 2005. De regering-Verhofstadt II bevroor de gewone cliquet en paste het omgekeerde systeem in enkele maanden tijd vijf keer toe, met voor diesel een drempel van 1,10 euro per liter. Een andere variant kwam in 2022: na de Russische inval in Oekraïne verlaagde de regering-De Croo de accijns forfaitair met 144,63 euro per 1.000 liter, aan de pomp 17,5 cent per liter inclusief btw. Daar hing meteen een gewone cliquet aan: zodra de prijs onder 1,70 euro zakte, ging de helft van elke daling opnieuw naar de accijns, tot het oude tarief bereikt was. Dat gebeurde voor benzine op 17 november 2022 en voor diesel op 1 april 2023.

Hoeveel ruimte is er eigenlijk?

Minder dan je zou denken. Europa legt een minimumaccijns op: 0,359 euro per liter voor benzine en 0,330 euro voor diesel. Met het huidige tarief van 0,6002 euro kan België dus hoogstens 24,1 cent op benzine en 27,0 cent op diesel inleveren. Met btw erbij is dat aan de pomp maximaal 29,2 cent voor benzine en 32,7 cent voor diesel. Diesel zou dan van 2,444 naar ongeveer 2,117 euro gaan, E10 van 2,002 naar ongeveer 1,710 euro. Dat is de absolute bodem, geen voorstel dat op tafel ligt.

Realistischer zijn kleinere stappen. Het scenario van 2022, 17,5 cent per liter, maakt een tankbeurt van 50 liter 8,75 euro goedkoper. De transportfederatie UPTR vraagt een verlaging met 78,86 euro per 1.000 liter, aan de pomp zo’n 9,5 cent, dus 4,75 euro per volle tank.

Verdient de staat aan de hoge prijs?

Dat is het kernargument van de voorstanders, en het klopt gedeeltelijk. Op 31 december 2025 kostte diesel 1,678 euro en zat er 29,1 cent btw in een liter. Vandaag, aan 2,444 euro, is dat 42,4 cent: 13,3 cent per liter meer btw dan tien maanden geleden. Voor E10 gaat het om 7,5 cent per liter extra. Minister van Economie David Clarinval (MR) schat de meeropbrengst sinds januari op ruim 100 miljoen euro.

De tegenkant is minder bekend. Wie meer aan de pomp betaalt, geeft dat geld niet elders uit, en daar valt dan btw weg. De staat tankt zelf ook duurder. Energieminister Mathieu Bihet (MR) erkende in de Kamercommissie dat de staat in periodes van hoge energieprijzen niet rijker wordt. En minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) liet berekenen wat een verlaging kost: elke cent minder aan de pomp kost de schatkist 114.000 euro per dag voor benzine en 152.000 euro voor diesel. De dieselprijs op 2 euro plafonneren zou neerkomen op zo’n 200 miljoen euro per maand.

Waar het debat nu staat

In april eiste de MR het cliquet al, met Vooruit en Les Engagés in de rug. Premier Bart De Wever (N-VA) weigerde en de regering koos voor een gericht pakket van 80 miljoen euro: 60 miljoen voor een tijdelijk hogere kilometervergoeding van mei tot juli, 15 miljoen voor de sociale energiefondsen en 5 miljoen voor wie de wagen nodig heeft voor het werk.

Sinds de dieselrecords van september ligt het voorstel opnieuw op de begrotingstafel. Clarinval en Bihet verdedigen het, Jambon en De Wever wijzen op een tekort dat tegen 2029 richting 40 miljard euro loopt, en de gouverneur van de Nationale Bank vindt dat er geen ruimte is voor algemene prijsmaatregelen. In de meerjarenbegroting staat intussen zelfs een verhoging van de bijzondere accijns op benzine en diesel vanaf 1 januari 2027 ingeschreven. Op het moment van schrijven is er geen beslissing.

Wat dit voor jou betekent

Zolang er geen koninklijk besluit is, verandert er niets aan de maximumprijs die wij elke werkdag volgen. Komt het cliquet er wel, dan zie je dat niet als een aparte lijn op je ticket maar als een lagere maximumprijs in de officiële lijst van de FOD Economie. Wij melden het de dag dat het ingaat, met het exacte bedrag.

Bron: Energia - Samenstelling maximumprijs benzine en diesel op 31 december 2025, BRAFCO - Huidige maximumprijzen, Europese Commissie - Energy Taxation Directive, minimumtarieven, FOD Financiën - Tijdelijke verlaging bijzondere accijns 2022 en cliquet, Nationale Bank van België - Naar meer milieuheffingen?, Nieuwsblad - Hoge energieprijzen komen op begrotingstafel, Mobility Energy - Regering bereikt akkoord over brandstofcrisis, Flows - UPTR vraagt lagere accijnzen.